Vleesproductie

Een hinde geeft normalerwijze elk jaar één kalf. Een goede dekbok gaat tien tot vijftien jaar mee.

In de hertenhouderij is er nu ook al sperma te koop van gerenommeerde hertenbokken. Specialisten in de verkoop van fokmateriaal in Groot-Brittannië en in Nieuw-Zeeland passen al courant kunstmatige inseminatie toe. Dit is bij een hinde echter minder eenvoudig dan bij een koe en gaat altijd gepaard met een kleine operatie, waarbij de hinde moet worden verdoofd. Op het Europese vasteland wordt die techniek echter nauwelijks of nog niet toegepast.

Een goede hinde kan vijftien tot twintig jaar in fok worden gehouden. In het najaar zijn de hinden bronstig en worden ze gedekt. Na zo’n acht maanden, in mei-juni, werpen ze op natuurlijke wijze. De kalfjes blijven de hele zomer bij hun moeder en worden begin september gespeend. Dat is vrij vroeg, maar dan worden de hinden sneller weer bronstig. Vanaf de dag van het spenen blijven de hertenkalfjes opgestald, waardoor ze de tamheid krijgen die ze hun verdere leven zullen meedragen. De hinden gaan dezelfde dag terug naar buiten om het bronstseizoen te beginnen.

In het voorjaar, zodra de grasgroei voldoende is, gaan de bijna een jaar oude hertenkalfjes de weide op tot ze slachtrijp zijn. Het betreft ongeveer alle bokken en het inferieure derde van de hinden. De toekomstige fokhinden blijven apart voor eigen gebruik of voor verkoop. Er wordt geselecteerd op’ gewicht voor leeftijd’ en op het kalme karakter. In het daarop volgende najaar worden de dieren, op een leeftijd van ongeveer anderhalf jaar, geslacht. Het grote voordeel ten opzichte van het wilde hert dat voor consumptie in de handel komt, is dat de leeftijd van de slachtdieren aan de klanten kan gegarandeerd worden.

Het beste vlees krijg je van jonge dieren tussen achttien en dertig maanden. Ze hebben dan een karkasgewicht tussen de 50 en 70 kg, waarvan ongeveer 18 kg beenderen. De prijs van een heel karkas, rechtstreeks verkocht aan consument, schommelt rond 10,5 euro per kilogram. Wenst men alleen de rug, dan komt men op 40,90 euro per kilogram en voor een bout betaalt men 24,78 euro per kilogram.

Het doden van de slachtherten gebeurt door afschieten met een kogel op de weide. De wetgever heeft voor de gekweekte hertachtigen deze mogelijkheid gelaten om reden van het dierenwelzijn. De dieren hoeven dan niet de stress te ondergaan van het laden en het vervoer naar en het wachten in het slachthuis. Na het afschieten gaan de dieren wel naar het slachthuis voor verdere afwerking.

Zelf commercialiseren

Zoals met andere landbouwproducties het geval is, kan een hertenhouder zijn herten verkopen aan de handel of zelf de commercialisering opzetten. Om enigszins met de prijzen van het ingevoerde hertenvlees te kunnen concurreren, bouwen de meeste Vlaamse hertenhouders zelf hun afzetmarkt uit. Zij zoeken de consument actief op via beurzen, advertenties, bedrijfsbezoeken… Dikwijls vraagt dat zelfs meer tijd dan de eigenlijke opkweek. Rechtstreekse verkoop vraagt ook bijkomende investeringen, vooral aan eigen inzet, maar, afhankelijk hoe men de zaak aanpakt, ook aan ruimte, materiaal en organisatie. Men moet immers een versnijruimte hebben of men moet beroep doen op een bestaande versnijruimte en het vlees vandaar verpakt terughalen; men zal een ingerichte winkelruimte nodig hebben …