Huisvesting

Stallen hebben twee functies.

Als herten over beschutting beschikken bij vochtig of winderig weer of bij felle zon, is overdekte huisvesting niet echt nodig. In Vlaanderen kiezen veel hertenhouders zelfs voor het opstallen van de volwassen dieren gedurende de winter, omdat hun weiden dan niet worden vertrappeld. Daarnaast heeft de stal echter nog een andere functie, namelijk manipulaties van de dieren mogelijk maken.

Zonder grote kosten

“De stal is in feite het hart van het hertenbedrijf. Het ontwerpen van de stal- en weideinrichting is voor nieuwe hertenbedrijven zeer belangrijk. In deze fase kan de nodige raad van iemand met ervaring er voor zorgen dat men later geen financieel verlies leidt door fouten te moeten overdoen. Goede raad kan grote ongemakken en schade bij het werken met de dieren voorkomen.

Het is proefondervindelijk bewezen dat kalveren gemiddeld een 15 tot 20 kg hoger gewicht halen als ze op stal overwinteren, dan indien ze buiten overwinteren. Het is trouwens ook nauwelijks doenbaar om de kalveren op de weide bij te voederen zonder dat ook de hinden bij het voeder kunnen.

Herten hebben geen behoefte aan een dure stal: het volstaat dat de wandafscheidingen 2 m hoog zijn (de standaardhoogte van het gaas is 1,90 m), dat er voldoende voederbaklengte beschikbaar is (opdat dominante dieren de ondergeschikte niet zouden beletten te eten) en dat er proper water en een voldoende toevoer van verse lucht is voorzien. De watervoorziening gebeurt het liefst met een vlotterbak of met een lichtwerkende automatische drinkbak.

Op de grond wordt stro of schavelingen uitgespreid, zodat men met een potstalsysteem werkt. De minimale vloeroppervlakte bedraagt 2 m² per dier voor de kalveren en zeker 3 tot 4 m² per dier voor de hinden.

 

Behandelings- en laadplaats

De stal heeft echter ook een belangrijke functie als plaats waarin men foktechnische en sanitaire ingrepen op de herten kan uitvoeren: ontwormen, kalveren spenen, oormerken plaatsen, bronstgroepen maken, slachtdieren uitkiezen, eventueel bloedstalen nemen of tuberculineren .

Vanuit de hertenstal zullen de dieren ook op een vervoermiddel kunnen worden geladen om het bedrijf levend te verlaten bij verkoop. De dieren moeten dan ook vanuit de verschillende weidepercelen naar de stal kunnen worden overgebracht. Dit is praktisch alleen mogelijk als er een centrale gang naar de stal leidt waar alle percelen op aangesloten zijn. In de stal moet dan de mogelijkheid bestaan om met behulp van deuren of een hertendwang de dieren individueel of in kleine groepen te isoleren en hanteerbaar te maken. Er moeten afzonderlijke ruimten zijn waarin groepen kunnen worden gemaakt. Er moet bovendien een gang zijn waarop een vervoermiddel, veetransportwagen of trailer kan worden aangesloten.

Weide niet lukraak inrichten

Voor edelherten rekent men op de betere gronden aan een bezetting van acht tot tien hinden en hun nakomelingen per hectare. Voor damherten mag men dit aantal verdubbelen. De planning van de weideinrichting, vooral de plaatsing van rastergaas en poorten, vraagt enig overleg. Daarbij moet men steeds rekening houden met het spontane gedrag van de dieren. Dan zal ook het verweiden of binnenhalen makkelijker en stressarmer kunnen gebeuren. Zo moeten toegangspoorten altijd in een hoek worden geplaatst, bij hellend terrein liefst op een hoog punt. De draairichting van de poorten heeft eveneens praktisch belang. Weiden die elk voor een bronstgroep zullen dienen, mogen niet door een enkele omheining van elkaar zijn gescheiden. Het basisprincipe is dat er vanuit de stal minstens één centrale gang vertrekt, waarop alle percelen zijn aangesloten, zodat de dieren van elk perceel via die gang naar de stal kunnen worden overgebracht. Zo’n drijfgang maakt men liefst 6 tot 8 m breed. De dieren laten er zich rustiger in drijven en de weiden blijven vanuit de gang gemakkelijker toegankelijk voor machines, want men kan de bocht beter nemen.

Het einde van de drijfgang moet kunnen worden afgesloten, zoniet zijn de dieren moeilijk in de stal te krijgen. Die afgesloten wachtruimte hoort met ondoorzichtig materiaal bekleed te zijn; niet enkel met gaas, omdat de herten op deze stressrijke plaats anders geregeld in het gaas zullen springen in de overtuiging er doorheen te kunnen ontkomen.

Opdat het gaas goed opspanbaar zou zijn en ook goed opgespannen zou blijven, werkt men liefst met gaas gemaakt van hard staal. Het aanbod hierin is beperkt tot slechts twee merken.